Met dank aan de De Vereniging voor Natuurbescherming uit Gorredijk.
Als u weet wat vlinders nodig hebben voor hun eten en voor hun voortplanting, kunt u ze een handje helpen. Hoe vlindervriendelijk is uw tuin . Lees de tips en kijk wat u kunt doen om (nog) meer vlinders naar uw tuin te lokken.
Hoe vlindervriendelijk is uw tuin?
Tips voor meer vlinders in uw tuin!
1. Zet veel vlinderplanten in uw tuin
Met de volgende planten heeft u zeker succes.
Zij zijn favoriet bij veel vlinders:

Vlinderstruik
Verbena boraniensis
Kattestaart
Herfstasters
Hemelsleutel (sedum)
Beenkroon (Knautia)
Oregano, Lavendel, en andere bloeiende kruiden
Koninginnekruid
Braamstruiken
(Knikkende) Distel
2. Zorg ook voor eten voor de rupsen
Favoriete rupsenplanten zijn:
Brandnetels
Grassen
Vuilboom
Schapezuring
Klavers
Koolsoorten
Look-zonder-look en pinksterbloem
3. Laat ook eens wat fruit Liggen
Als u wat fruitbomen in uw tuin heeft, laat dan eens wat appels, peren of pruimen op de grond liggen.
Atalana's, bijvoorbeeld, zijn dol op rottend fruit.
4. Maai bloemenweides niet in één keer
Maai, als u een bloemenweide heeft, in gedeeltes.
Veel rupsen leven op de grassen, en als u alles in één keer maait, houdt u geen rupsen over.
5. Spuit geen gif
U doodt hiermee niet alleen de 'schadelijke' beestjes, maar vaak ook de nuttige en onschadelijke.
En bedenk: 'Zonder rupsen, ook geen vlinders'
6. Maak wat rommelhoekjes in de tuin
Sommige vlinders hebben een droog plekje nodig om de winter door te komen.
Ze kruipen graag weg in een houtstapel, bloempot, schuurtje of op zolder.
Met dank aan de De Vereniging voor Natuurbescherming uit Gorredijk.
Als u weet wat vogels nodig hebben aan eten en nestgelegenheid, kunt u ze een handje helpen.
Lees de tips en kijk wat u kunt doen om (nog) meer vogels naar uw tuin te lokken
10 tips voor meer vogels in uw tuin
1. Bekijk uw tuin eens met vogelogen
Waar zou u gaan wonen, schuilen, een bad nemen, drinken, eten, een nestje maken of gaan slapen?
2. Zorg voor variatie in uw tuin
Zorg voor hoge bomen, dichte struiken, bloeiende planten die insecten lokken, klimmers, schaduwplekken, zonnige plekken.
Maak zoveel mogelijk variatie en maak het vooral niet te netjes allemaal!
3. Zorg voor voldoende voedsel
Alle vogels hebben een voorkeur voor bepaald eten. Zo zijn lijsterachtigen gek op bessen, kersen en ander fruit.
Zaadeters eten graag de zaadjes van planten als klis, distels, kaardebollen en zonnebloemen of de zaden van
bomen: elsen- en berkenzaadjes, beukennootjes en eikels.
Insecteneters en rupseneters kunt u lokken met bloeiende planten die insecten lokken en planten en struiken waarop rupsen leven.
Roofvogels en uilen zijn gek op muizen. Een tuin die aantrekkelijk is voor muizen wordt hiermee dus ook aantrekkelijk voor uilen en roofvogels.
4. Voer de vogels in de winter bij
Op een gegeven moment kunnen de vogels zelf geen eten meer vinden in uw tuin; de bessen zijn op, de zaadjes van de planten zijn op en de spinnetjes en andere insecten hebben zich teruggetrokken. Dan wordt het tijd om de vogels bij te gaan voeren. Merelachtigen kunt u appels, peren of rozijnen geven en mezen en mussen vetbollen, pinda's en zaadjes.
Voor het roodborstje kunt u wat geraspte kaas neerleggen en voor de grote bonte specht kunt u aan een stuk spekzwoerd ophangen.
Ook kunt u wat katten- of hondenvoer uit blik neerleggen, broodstukjes, of ongekookte havermout. Gekookte aardappelen of rijst (zonder zout gekookt) gaan er ook graag in.
Als u vogels voert in de winter is het van belang dat u dat altijd op hetzelfde moment van de dag doet. Vogels blijven op u wachten en kunnen in die tussentijd niets eten.
Haal het wintervoer, met name pinda's op tijd weer weg. In het voorjaar, vooral als de vogels jongen hebben, moet er niets meer in uw tuin hangen. Jongen kunnen dit voedsel niet goed verteren en kunnen er zelfs dood aan gaan. Ze moeten insecten en wormen krijgen en geen pinda's.
5. Zet een vogeldrinkbak in uw tuin
Water is essentieel voor vogels. In een vogeldrinkbak kunnen de vogels water drinken en een waterbad nemen.
Zorg er voor dat de vogeldrinkbak een ruwe bodem heeft zodat de vogels niet uitglijden en dat de drinkbak in de buurt van struiken staat, zodat ze kunnen vluchten bij onraad. De drinkbak mag ook niet te diep zijn. U kunt er eventueel ook wat grote stenen in leggen.
Als het vriest en er geen sneeuw ligt, kunt u wat geschaafd ijs in de drinkbak leggen. Zorg er in droge tijden voor dat de drinkbak gevuld blijft. Vogels moeten er op kunnen rekenen.
6. Zorg voor voldoende nestgelegenheid
In een tuin met oude (holle) bomen, stapels snoeihout, rommelige plekjes en dichte struiken kunnen veel vogels zelf wel een plekje vinden om een nestje te maken.
Daarnaast kunt u sommige vogels helpen door een nestkastje op te hangen.
Houdt u daarbij rekening met een aantal zaken:
- Hang de kastjes op een redelijk beschaduwde plek.
- Ideaal is een vlieggat op het zuidoosten.
- Hang het kastje op zo'n 2 meter hoogte.
- Zorg voor een onbelemmerde vliegroute.
- Zorg ervoor dat de kat er niet bij kan.
- Hang het kastje stevig op, zodat het niet met eitjes en al
naar beneden dondert.
- Hang het kastje in de buurt van struiken, zodat de vogels er
eventueel in stapjes naartoe kunnen vliegen.
- Maak de nestkastjes in de herfst schoon, zodat de vogels er
in de winter, zonder vlooien en luizen, kunnen schuilen.
- Strooi voor mezen wat eierschalen in de buurt van de
mezenkastjes. Ze hebben kalk nodig voor hun eieren.
- Denk ook eens aan spreeuwenpotten, gierzwaluwdakpannen en
zwaluwnesten.
7.Zorg voor schuilgelegenheid
Plant dichte of stekelige struiken waar vogels naar toe kunnen vluchten als er gevaar dreigt van katten of roofvogels.
Ideaal zijn struiken die in de herfst ook nog besjes krijgen of die tijdens hun bloei insecten aantrekken.
8. Beschem de vogels tegen katten
Als u zelf katten heeft, bind ze dan een belletje om en houd ze binnen als de jonge vogeltjes uitvliegen of als het buiten erg koud is en de vogels verzwakt zijn.
Over vreemde katten kunt u een emmer koud water gooien. Dan blijven ze vaak wel weg.
Zorg voor stekelige struiken die voor katten ondoordringbaar zijn. Wat kippengaas, zigzaggend tussen de struiken door, belemmert het gesluip van katten.
9. Gebruik geen gif in uw tuin
Als u de luizen, rupsen en slakken doodt, haalt u ook het eten van de vogels weg.
Daarnaast brengt u ook de gezondheid van vogels in gevaar. Denk hierbij bijvoorbeeld aan zanglijsters die slakken eten. Als deze slakken slakkenkorrels hebben gegeten, krijgt de lijster dit gif ook binnen.
Probeer de volgende keer als u veel luizen in de tuin heeft eens te denken: "O fijn, in ieder geval is er genoeg eten voor de vogels". Als u zo naar 'plagen' leert kijken, zult u merken dat u zich er eerder zorgen over gaat maken dat er misschien wel te weinig luizen in uw tuin zitten dan te veel.
10. Leg een stofbad aan
Net als kippen vinden vogels het fijn om door het zand te rollen. Dat is goed tegen parasieten.
Maak eens zo'n plekje in de tuin. Een stofbad van een halve vierkante meter is voldoende.