|
Alhoewel Essen de titel Culturele Hoofdstad van Europa moet delen, met in ieder geval Duisburg en Oberhausen, neemt ze natuurlijk een belangrijke plaats in. Met een, wat het gebouw betreft, splinternieuw museum en de opening van een mijn- complex, waar bezoekers urenlang kunnen ronddwalen,. gooit ze hoge ogen.
Wel rijst even de vraag, of het niet wat te vroeg is. De vele gevels, die nog niet ontdaan zijn van de meer dan honderd jaar kolenstof, geven bepaalde straten een sombere aanblik. Nog erger is het, dat binnen een straal van nog geen vier kilometer van de mooie hoogstandjes, sommige straten kennelijk door de gemeente in het geheel van schoonmaak en straatvegen worden uitgesloten en overtollig huiskamermeubilair zijn einde niet vindt op de vuilnisbelt maar in de gemeentelijke plantsoenen. Maar goed, misschien is het geld voorlopig op en komt alles nog wel goed.
Laten we maar gaan kijken naar wat wel mooi is. In de eerste plaats het geheel ver-nieuwde Museum Folkwang. De in 1953 in Londen geboren architect David Shipperfield ontwierp een prachtig museum met een oppervlakte van niet minder dan 25.000 m2. Shipperfield, met bureaus in Berlijn, Milaan en Shanghai is langzamerhand wereldberoemd als museumbouwer. Ook dit nieuwe museum in Essen is een lust voor het oog. Strakke lijnen, veel glas, weinig versiering of kleur, maar met een centrale hal in de vorm van een binnentuin, stralen een grote rust uit. Minimalisme en voldoen aan de zaken waarvoor het gebouw bestemd is, zijn de uitgangspunten voor hem. Gevraagd voor nieuwbouw of verbouwen aan beroemde musea, o.a. in Zürich, Venetië, maar ook in Japan , China en Rusland. Overal is er veel lof voor de ontwerpen van deze man, die zijn loopbaan begon bij Norman Foster, u weet wel, de architect van de beroemde koepel van de Bondsdag in Berlijn, en de geweldige brug van Millau, in Zuid-Frankrijk. David Chipperfield, een naam om te onthouden. Maar nu binnen. Het museum, met een lange, rijke historie, dat in 1932 nog door de grote Amerikaanse kunstkenner Paul J. Sacks, om zijn beroemde verzameling als
 "Das schönste Museum der Welt" werd aangeduid, verliest in de opeenvolgende jaren een groot deel van zijn kunstvoorwerpen.
Onder dwang van het Hitlerregime met zijn acties "ontaarde kunst", moest het museum meer dan 1400 werken verkopen. Het aardige is nu, dat men een aantal van die beroemde werken die in de jaren "dertig" in het museum hingen, weer (tijdelijk) terug heeft. Paul Cézanne, Wassily Kandinsky, Paul Gauguin, Marc Chagall, Kirchner en van Gogh: Ze zijn allemaal te bewonderen samen met nog veel andere bekende schilders.
En als grote trekker het mooie schilderij "De rode paarden" van Franz Marc.
Maar vergeet ook de vaste collectie niet. Tegenover Marc, aan de wand links, hangt bijvoorbeeld het mooie doek van August Macke "Vrouw voor een hoedenwinkel", een werk dat ik persoonlijk het mooiste in het museum vind. Hij schilderde het werk in het jaar dat hij, als 27-jarige, in 1914 aan het front sneuvelde.
Nu een andere kant op. Grote trekker nummer twee: het zogenaamde "Seche Zollverein Essen", eens het grootste mijncomplex ter wereld. Gebouwd in Bauhausstijl waren hier, in de kolen en staalmijnen, duizenden arbeiders werkzaam.  Toen het in 1986 werd gesloten kwam dit unieke geheel op de lijst van Werelderfgoederen, en kwamen de miljoenen beschikbaar om alles op te knappen. En nu is het dan voor het publiek opengesteld.
Uren kan men dwalen over de gigantische terreinen. Restaurants, cafeetjes en natuurlijk een museum zijn aanwezig. Met een hoge en lange roltrap bereikt men de grote zalen, waar eens de kolen gewassen werden en men nu van uitzicht en koffie kan genieten. Essen, ik kan het aanbevelen. Tot 25 juli is de tentoonstelling in het museum Folkwang nog te bewonderen. Voor de vaste collectie het hele jaar van dinsdags tot en met zondags. Het mijnencomplex is het hele jaar en elke dag geopend.
Essen is vanaf Enschede per trein binnen 2½ uur bereikbaar. Vanaf het station Essen Hauptbahnhof (uitgang Zuid) gaat elk kwartier een (gratis) bus naar het museum. Voor de mijn moet men tramlijn 107 nemen. Nog een advies, als het kan blijf dan in ieder geval één nacht in Essen: bezoek eerste dag het museum en tweede dag de mijn.
Piet Bonzet
|