Wij wensen U een prettige en leerzame wandeling.
1) Watercypres Een éénhuizige, bladverliezende boom. Kan in het wild tot 50 meter hoog worden. De vorm is smal, kegelvormig. Op latere leeftijd breed koepelvormig. Inheems in Z.W.-China, veelvuldig als sierboom in Europa aangeplant.
2) Plataan Herkenbaar aan de schors die in platen loslaat en gevlekte gele en grijze kleuren kan vertonen. Lichtgroen, 5-lobbige bladeren die esdoornachtig lijken, met lange stelen. Eénslachtige bloemen in bolvormig hangend hoofdje. De vrouwelijke bloemen richten zich naar onderen en breken open, waarbij honderden kleine, meestal onvruchtbare, zaden, voorzien van pluimen, vrijkomen. De Plataan is algemeen aangeplant op pleinen en in parken. De bloeitijd is in mei-juni.
3) Douglasspar Een altijd groene boom, zeer harsrijk, met een kegelvormige kroon. In het wild kan deze boom tot 100 meter hoog worden. De manlijke kegels zitten in de bladoksels aan 1 jaar oude loten. De vrouwelijke kegels zijn meestal eindstandig aan 1 jaar oude loten. Het stuifmeel is rijp in mei. De Douglasspar treffen we inheems aan in Noord-Amerika. In bijna geheel Europa veelal om het hout aangeplant.
4) Amerikaanse Vogelkers Loofverliezende boom, die tot 30 meter hoog kan groeien. De schors is aanvankelijk glad en in repen loslatend. Oudere schors met spleten, grijzig en bitter aromatisch. De bloemen, ca. 30 bijeen, zitten in een 15 cm lange tros. De vrucht is bolvormig, zwart-paars van kleur en bitter, met een vrijwel ronde gladde pit. De bloeitijd is mei-juni. De Amerikaanse Vogelkers is afkomstig uit Noord-Amerika. In Midden-Europa aangeplant om het hout, elders als sierboom. De boom is vaak verwilderd en kan dan een plaag zijn; vandaar de bijnaam 'Bospest'.
naar top
5) Zilveresdoorn Een tot 30 meter hoge, éénhuizige boom met een hoge uitgebreide kroon. De schors is grijs glad, bij oudere bomen ruw met jonge scheuten en waterloten en sterk vertakt. De bladen zijn 9-16 cm lang, 5-lobbig en vrij diep ingesneden. Bloemen verschijnen eerder dan bladeren en zitten met 4 of 5 bijeen op de knoppen van de bladeren. De bloeitijd is maart. Een Noord-Amerikaanse soort die vaak langs wegen wordt aangeplant.

6) Gladde Iep Deze Iep heeft een koepelvormige kroon, jonge takken, lang en neerhangend. Bladeren meestal met de grootste breedte boven het midden, een meteen vrijwel rechte hoofdnerf en een tamelijk scheve voet. Een tot 30 meter hoge boom, meestal met wortel opslag. De winterknoppen zijn eivormig, glanzend, donkerrood van kleur en enigszins donzig. De bloeitijd is in mei. Vruchten vallen af in juli. We treffen de Gladde Iep aan langs wegen, in hagen en boomwallen, algemeen op vochtige plaatsen.
7) Nordmann Spar Een tot 70 meter hoge, kegel- tot smal zuilvormige boom met een forse stam. De schors is glad, bij oudere bomen gegroefd, waardoor schubben of platen ontstaan. Het stuifmeel is rijp in april. Deze spar is inheems in N.O.-Turkije en het westelijk deel van de Kaukasus.Veel om het hout aangeplant in Europa, ook als sierboom gekweekt.
8) Haagbeuk Een wat kleine, vertakte boom met gladde, grauwe, geplooide schors. De bladeren zijn ovaal spits en gezaagd, van onderen duidelijk generfd. Losse neerhangende katjes (mannelijke geelachtig, vrouwelijke groenachtig). De vrouwelijke katjes produceren de kleine nootjes met de onmiskenbare 3-lobbige vleugeltjes. De bloeitijd is april, in mei verschijnen de bladeren. De haagbeuk treffen we aan in hagen en loofbossen, op goede grond.
9) Esdoorn Een tot 35 meter hoge boom, waarvan de kroon koepelvormig is, vaak breder dan hoog. De schors is grijs, gebarsten in regelmatige rechthoekjes, soms afschilferend en dan met een iets oranje vlekkenpatroon. De bladeren zijn 10-15 cm lang, 5-lobbig en scherp getand. Bloemen in hangende, 6-12 cm lange pluimen die samen met de bladeren verschijnen. De bloeitijd is april en de vruchten zijn gevleugeld. Deze boom is inheems in Midden- en Zuid-Europa, door makkelijke uitzaaiing vaak verwilderd.
naar top
10) Acacia Een tot 25 meter hoge boom met een vrij open kroon. De schors is aanvankelijk glad en donkerbruin, later grijs met diepe groeven en gedraaide ribbels. De bladeren zijn 15-20 cm lang en 3- tot 10-tallig. De bloemtrossen, 10 tot 20 cm lang, dragen zoet geurende bloemen. De vruchten zijn peulvormig en 5-10 cm lang en kaal. Na rijping blijven zij nog enige tijd aan de boom. De bloeitijd is juni. Deze soort is inheems in het zuidoosten van Noord-Amerika. In Europa veel als sierboom aangeplant en verwilderd.
11) Linde Statige boom met gladde schors die enigszins toegetakeld wordt door de knobbels op de stam en het opschiet (zijscheuten) aan de voet. De boom wordt vaak geteisterd door luizen die honingdauw afscheiden op de bladeren die dan zwart worden van de schimmel. Rossige knoppen, hartvormige bladeren, ribbelige nootachtige vruchten in een bosje bijeen en met een zijvleugeltje aan de steel vastzittend. De bloeitijd is juni-juli en de vruchten zijn rijp in september.
12) Beuk Een tot 40 meter hoge, breed koepelvormige, loofverliezende boom. De schors is glad en grijs en soms iets ruw. De bladeren zijn 4-10 cm lang, eivormig tot elliptisch. De bloemen zijn éénslachtig, talrijke mannelijke bloemen, vrouwelijke bloemen zijn ingesloten door een 4-lobbig omwindsel, kort gesteeld, meestal 2 bijeen. De bloeitijd is mei, de vruchten zijn rijp in september oktober. De beuk treffen we aan in bossen op goed waterdoorlatende bodem, bij voorkeur kalkhoudend.

13) Ruwe Berk Sierlijke boom van gemiddelde grootte, hangende takken en papierachtige schilferende bast. De stam is ruw aan de voet. Glimmende twijgen vol wratten. De bladen zijn ovaal toegespitst en gezaagd. Hangende gele mannelijke katjes met windbestuiving. De vrouwelijke katjes zijn eerst kort, geschubd en rechtopstaand, later veranderend in hangende zaaddragende katjes die talrijke gevleugelde zaden vrijlaten. De boom bloeit in april-mei, kort na verschijning van de bladeren.
14) Fijnspar Een kegelvormige tot 65 meter hoge boom. De schors is roodbruin en schubbig. Vrouwelijke kegels, meestal 10-18 cm lang, cilindrisch en bij rijpheid bruin. Het stuifmeel is rijp in mei. Deze soort treft men aan in Noord-Europa tot de Zuidelijke-Alpen en de Balkan. Gewoonlijk om het hout, maar ook als sierboom geplant.
15) Es Een hoge boom met olijfgroene bast met een netwerk van fijne ribbeltjes, soms bleekgrijs. De jonge takken zijn afgeplat op de knoppen. De knoppen zijn kegelvormig en zwart van kleur. De bladeren zijn eirond tot langwerpig. Bloemen in een okselstandige, in omtrek bolvormige pluim en verschijnen eerder dan de bladeren. De vrucht is 2½-5 cm lang, langwerpig tot lancetvormig en bij rijpheid bruin. De bloeitijd is april-mei. De boom is in heel Europa te vinden, vooral op vochtige basische bodems.
naar top
16) Scherpe of Groene Hulst Een groenblijvende, tot 10 meter hoge boom of struik. De schors is zilvergrijs glad, bij oudere bomen met wratten. Scherp getande bladeren, van boven glanzend donkergroen, van onderen dofgroen. Bloemen in groepjes bijeen in bladoksels, mannelijke en vrouwelijke op verschillende bomen. De vrucht is een steenvrucht, bolrond en rood van kleur. De bloeitijd is mei-juni. Groeit meestal in eiken- of beukenbossen, ook als sierboom ter beschutting aangeplant.
17) Japanse Duizendknoop Nu geen boom of struik, maar een plantengeslacht uit een grote familie. Als sierplant die meer dan manshoog wordt, is deze soort gekweekt en in veel zgn. Japanse Tuinen aangeplant. Daarna vaak verwilderd. Groeien bij voorkeur op vochtige plaatsen. Bloeiwijze: witachtige bloempjes in rijke pluimen.
18) Hazelaar Een tot 12 meter hoge boom of struik met een brede en struikachtige kroon, soms op een korte stam. Bladeren tot 10 cm lang, bijna cirkelrond. Mannelijke katjes tot 8 cm lang, hangend en bij het opengaan bleekgeel. Vruchtdragende hoofdjes met 1 tot 4 noten omwindsels, ongeveer even lang als de noot. Deze noot is 1½ tot 2 cm en bij rijpheid bruin met een houtige schil. De bloeitijd is januari-april. De boom treffen we in vrijwel geheel Europa aan, als hakhout in hagen en als ondergroei in bossen, vaak aangeplant.
naar top
19) Meidoorn Een zeer algemeen, ca. 400 soorten tellend, geslacht van het noordelijk halfrond. Vrijwel alle soorten kunnen in struikvorm voorkomen, maar verscheidene Europese soorten zijn òf echte bomen, òf groeien tot een boomvorm uit. De echte boomvormige soorten worden veel gebruikt bij tuinaanleg. De bloeitijd is mei. De vruchten zijn eind oktober rijp, maar nog wel geruime tijd aan de boom blijvend.
20) Paardekastanje Een stevige, tot 25 meter hoge, boom, ook wel wilde kastanje genoemd, met een enorme koepelvormige kroon. Schors grijsbruin, soms rood aangelopen, in grote plakken barstend. Knoppen opvallend groot tot 3½ cm lang, kleverig door sterke harsafscheiding. Bladeren handvormig samengesteld, 5- tot 7-tallig. Bloeiwijze met prachtige kandelaars van witte, soms rode bloesem, die door bijen bestoven wordt. Grote glanzende bruine noten in een stekelige groene schil. Afkomstig uit de bergbossen van het Balkanschiereiland en Klein-Azië. Bloeit normaal in mei, de vruchten zijn rijp in oktober.
21) Wintereik Koepelvormige, loofverliezende boom tot 40 meter hoog. De schors is fijngegroefd met verticale richels, grijs van kleur. Eikels tot 6 stuks bijeen zittend op een tot 1 cm lange steel. Bloeitijd in mei, de vruchten zijn rijp in oktober. Een wijd verbreide, in bossen vaak overheersende boom, vooral te vinden op lichtere gronden.

22) Zomereik Stam meestal weinig en laag vertakt. De schors is door groeven in smalle, verticale, lichtgrijze platen verdeeld. De bladsteel is korter dan bij de wintereik, Eikels tot 3 bijeen op een 4 tot 8 cm lange steel. Bloeitijd mei-juni, de vruchten zijn rijp in oktober. Groeit bij voorkeur op een zware, weinig zure grond.
23) Bruine Beuk Als de gewone beuk, doch met sterk roodbruin gekleurde bladeren.
24) Vlier Sterk vertakte, loof verliezende struik of boom, tot 10 meter hoog. Vaak met krachtige waterloten aan de voet van de stam. De schors is sterk gegroefd, bruin of grijs en later kurkachtig. De takken zijn gebogen met wit merg. Bloeiwijze: een schermvormige tros met 4 of 5 hoofdtakken, 10 tot 24 cm in diameter. De bloemen zijn sterk geurend. De vrucht is een bolvormige steenvrucht, eerst groen, bij rijpheid zwart en soms rood. Komt bijna overal in Europa voor, in Zuid-Europa wordt de struik veel geteeld om de eetbare vruchten.
25) Amerikaanse Eik Een tot 35 meter hoge, breed koepelvormige, loofverliezende boom. De schors is glad en zilverachtig grijs, bij oude bomen soms diep gegroefd. Eikels, in het 2e jaar rijp, op een 1 cm lang stevig steeltje. Bloeitijd: mei. De vruchten zijn rijp in oktober van het volgende jaar. Een in het oosten van Noord-Amerika thuis horende soort. In Europa gewoonlijk als sierboom, om het hout en als beschutting aangeplant, zichzelf vaak uitzaaiend. Bladeren kleuren in de herfst roodbruin.
26) Lijsterbes Tot 20 meter hoge boom, met een open, in grote trekken eivormige kroon. Schors is glad tot iets geribbeld en zilvergrijs. Helderrode vruchten met enkele steencellen in het vruchtvlees. Deze vruchten zijn in het najaar zeer in trek bij de lijsterachtigen. Bloeitijd: mei. De vruchten zijn rijp in september. In een groot deel van Europa voorkomend en vaak aangeplant als sierboom langs wegen en in tuinen.
naar top
27) Tamme Kastanje Forse boom, een gegroefde bast die in spiralen rondom de stam loopt. De knoppen zijn eivormig, stomp en roodbruin van kleur. De bladeren zijn 10-25 cm lang, lancetvormig. De bloemen in opgerichte bundels en een katjesachtige bloeiwijze, worden door insecten bestoven. De vruchten zitten in trossen van 2-3, het groene buitenste omhulsel (de bolster) is bezet met stekels waaruit meestal 3 grote glanzend bruine noten vrijkomen. Bloeitijd: juni-juli. Vruchten zijn rijp in oktober-november. De tamme kastanje wordt in Z.O.-Europa, Noord-Afrika en West-Azië vaak om de noten gekweekt.
28) Noorse Esdoorn Een tot 30 meter hoge boom met een koepelvormige, soms zeer brede, kroon en een tamelijk korte stam. Schors grijs, glad, met flauwe ribbels. Bladeren 10-15 cm lang, heldergroen en kaal van boven, van onderen bleker groen en met witte haren in de oksels van de nerven. Bloemen, pluimen 30 tot 40 bijeen, voor het verschijnen van de bladeren. Bloeitijd: maart-april. Inheems in grote delen van Europa. Veel aangeplant als sierboom met diverse kweekvormen.
29) Kruidvlier Een op de gewone Vlier gelijkende soort, doch met fijner getande bladeren. In tegenstelling tot de gewone Vlier zijn de vruchten van deze soort giftig.
30) Kardinaalsmuts Een tot 6 meter hoge, sterk vertakte boom of struik, één- of tweehuizig. Schors grijs en glad, later ondiep gegroefd en roze aangelopen. Bladeren tot 10 cm lang. Bloeiwijze okselstandig met 3-8 groengele 4-tallige bloemen. Bloeitijd: mei-juni. In grote delen van Europa een algemene soort.
31) Drents Krentenboompje In het algemeen een kleine boom met soms veel stammen. Bladeren tot 8 cm lang, eirond toegespitst fijn getand. Bloeiwijze: tros veelbloemig wit, bloemsteeltjes 3 tot 8 cm lang, rijpe vrucht van 6 mm lengte in blauw/zwart. Vermoedelijk afkomstig uit het oosten van Noord-Amerika. Opvallende korte bloei en schitterende rode en gouden herfstkleuren.

32) Veldesdoorn of Spaanse Aak Veelal een struik of kleine boom, soms echter wel 26 meter hoog. Schors grijs of bruin met oranje strepen, takken iets hangend, aan het eind weer omhoog groeiend. Bladeren dik, soms leerachtig; bloemen tegelijk met de bladeren. Vruchten meestal met 4 bijeen, 5-6 cm breed, vleugels in elkaars verlengde. Bloeitijd: april-mei. Wordt wel gekweekt om haar fraaie herfstkleuren.
33) Watercypres Zie nr. 1.
34) Pontische Rhododendron De benaming Pontisch wil zeggen dat deze soort Rhododendron gesitueerd moet worden in de omgeving van de Zwarte Zee.
Meer wandel- en fietsroutes kunt u vinden op de pagina van Natuurlijk......Overijssel! Neem er een kijkje.
naar top |